Vragen over het uitbreiden van een installatie
Korte antwoorden op wat we het vaakst horen als iemand iets wil bijplaatsen. Elk antwoord noemt de vindplaats in AREI Boek 1 (versie 2026) en verwijst naar de pagina waar het uitgewerkt staat. Het laatste woord over een concrete installatie heeft altijd de keurder.
Wat je op dit beeld ziet
- De gestippelde bogen verbinden schakelaars met de lichtpunten die ze bedienen.
- Het label binnenunit staat in de berging, buitenunit buiten de achtergevel.
Moet het eendraadschema opnieuw na een laadpaal of zonnepanelen?
Ja. Een kring toevoegen is een belangrijke uitbreiding (Deel 2, pdf 58). Wie de werken uitvoert, past het eendraadschema en het situatieplan aan (3.1.2.1 a, pdf 69), en het nieuwe deel wordt gekeurd voor het in gebruik gaat (6.4.7.3, pdf 213). Zie laadpaal bijplaatsen.
Kan ik een laadpaal gewoon in een stopcontact steken?
Een vaste laadpaal niet: hij hangt aan een aparte kring, achter een differentieel dat alleen hem beschermt en bij hoogstens 30 mA afschakelt (7.22.3 en 7.22.4.1 b, pdf 257 en 259). Een laadkabel in een gewoon stopcontact, zonder vaste laadpaal, valt onder de algemene regels van het AREI (7.22.1, pdf 257).
Hoeveel kringen kan één 30 mA dragen?
Acht eindkringen, niet meer (4.2.4.3 b, pdf 110). In de voorbeeldwoning had Diff B er zeven; met de extra kring voor het bureau zit het vol.
Hebben zonnepanelen een eigen 30 mA nodig?
Het AREI legt voor de omvormer geen 30 mA op; die kring mag rechtstreeks onder de 300 mA (4.2.4.3 b, pdf 110). Welk type differentieel de omvormer verwacht, staat in zijn handleiding. Meer bij zonnepanelen bijplaatsen.
Moet een thuisbatterij op het situatieplan?
Ja. Een batterij en haar omvormer zijn bronnen en staan op het eendraadschema en op het situatieplan (3.1.2.2 a en 3.1.2.3 a, pdf 72-73). Het hoofdstuk over industriële batterijen geldt niet voor een woning (7.103.1, pdf 274).
Mijn installatie is van voor 1981. Kan ik toch uitbreiden?
Ja, maar een belangrijke uitbreiding brengt de hele installatie achter een differentieel aan het begin (4.2.4.3 b, pdf 110). Voor een verzwaring van de aansluiting is eerst een controlebezoek nodig als de installatie nooit een gelijkvormigheidsonderzoek volgens het oud AREI kreeg (8.4.1, pdf 293-294). Oude delen staan op het schema als "oude installatie" (pdf 70).
Wie keurt de uitbreiding?
Een erkend organisme. De installateur keurt zijn eigen werk niet; SUPCON BV, de uitgever van deze gids, keurt evenmin. Wat de keurder bekijkt, staat bij wat er opnieuw gekeurd wordt.
Verschuift een uitbreiding het periodieke controlebezoek?
Dat zijn twee aparte keuringen. Het controlebezoek van een woning komt om de 25 jaar (6.5.2, pdf 214); de uitbreiding krijgt haar keuring vóór het eerste gebruik (6.4.7.3, pdf 213).
Mag ik zelf een kring bijplaatsen?
Het AREI legt vooral vast wat er na de werken moet gebeuren: aangepaste schema's met de gegevens van wie het werk uitvoerde (3.1.2.1 a, pdf 69) en een keuring van het nieuwe deel voor het gebruik (6.4.7.3, pdf 213). Wie niet vertrouwd is met een verdeelbord, laat het werk aan een elektricien; een fout in het bord treft de hele woning.
Wat doe ik met het oude eendraadschema?
Bewaren. Het dossier bevat de schema's en verslagen van de installatie en daarnaast de gelijkaardige documenten van elke belangrijke uitbreiding (9.1.2, pdf 301). Het situatieplan zelf moet wel altijd de huidige toestand tonen (3.1.2.1 a, pdf 70).
Wat als ik geen schema's meer heb?
Laat ze eerst opnieuw tekenen. Het dossier hoort de schema's, plannen en verslagen te bevatten (9.1.2, pdf 301), en een uitbreiding op een schema dat niet klopt geeft een tweede fout schema.